De workspace van CE-Innovation bij de HAN in Arnhem

Geen enkele afvaller bij CE-Innovation

“Je leert hier meer van je fouten dan bij een traditionele opleiding”

In augustus 2021 startte de HAN met de opleiding Commerciële Economie — Innovation. Een anders-dan-anders opleiding. Er wordt namelijk geen traditionele les gegeven. Alles wat studenten leren, doen ze op projectbasis. Die projecten zijn echte opdrachten van bestaande bedrijven. En het bijzondere is: er is nog geen student afgehaakt!

Foto’s: Marcel Krijgsman

Maar wat is dan die aantrekkingskracht van deze nieuwe opleiding in het economische domein? En waarom stopt geen van de 27 studenten, die eind augustus zijn begonnen, met deze opleiding, terwijl het aantal uitvallers in het eerste jaar van een opleiding rond dertig procent ligt? We vragen het aan Jaro Ekstijn, docent Commerciële Economie — Innovation: “Veel mensen vinden het eng, geen traditionele lessen. Bij hen gaan de alarmbellen af. Die kunnen deze opleiding beter niet volgen. Volgens onze filosofie heeft een traditionele opleiding een beperkte flexibiliteit. Bij CE — Innovation bepaal je zelf de inhoud. Je werkt alleen in projecten. En die projecten, dat zijn opdrachten van mensen uit het werkveld. Je wordt dus meteen serieus genomen en bent daarom van begin af aan bereid om je best te doen.”

Pathé en Arriva
In het propedeusejaar wordt er aan vier projecten gewerkt. Dit jaar zijn of gaan de studenten onder meer aan het werk voor bioscoopketen Pathé en voor vervoersbedrijf Arriva. Volgend jaar krijgen de nieuwe eerstejaars waarschijnlijk weer andere opdrachtgevers. Die komen overigens regelmatig op bezoek op de Arnhemse campus, vertelt Ekstijn.
“Als ze het eerste jaar goed hebben doorstaan, komen de studenten in het tweede jaar meer in de lead van de onderwerpkeuze van de projecten”, zegt hij. “We gaan dan aan een thema werken dat ze zó leuk vinden dat ze er alles voor over hebben. Maar de keuze moet wel aan twee voorwaarden voldoen: een project moet zichzelf kunnen terugverdienen en er moet meervoudige waarde gecreëerd worden.”

Docent Jaro Ekstijn: “Studenten moeten zelf vallen en opstaan”

Zo weinig mogelijk adviseren
Als docent heb je drie vormen van interactie met een student, legt Ekstijn uit: “Het stellen van een vraag, het geven van feedback en het uitspreken van een advies. Dat laatste is vele malen minder effectief dan de vorige twee. Daarom focus ik zo min mogelijk op het geven van advies, maar stimuleer ik juist dat ze nadenken over de wijze waarop ze een vraagstuk op willen lossen en waarom hun strategieën beter of passender zijn dan een alternatieve aanpak.”
De docenten worden maandelijks gefilmd. Bij het terugkijken wordt geturfd hoe vaak ze advies geven, hoe vaak ze vragen beantwoorden. “Uiteindelijk moet je naar de situatie toe waarin de studenten geen vragen meer hebben en ik ook niet”, zegt hij. “Als ik geen vragen meer heb, heeft de student zijn keuze goed onderbouwd.”

“Als de studenten beseffen dat ze gelijkwaardig zijn, vragen ze de opdrachtgever de oren van zijn kop”

Te veel respect voor de opdrachtgever
Ook worden studenten aangestuurd op onderlinge communicatie. Niet alleen door de docent, ook door de opdrachtgever. Ekstijn: “Wat interessant is om te ontdekken, is dat studenten bij de eerste opdracht nog aan het aftasten zijn en te veel respect hebben voor de opdrachtgever, waardoor ze te laat of helemaal niet met kritische vragen komen. Dat laten we bewust gebeuren, maar we wijzen er natuurlijk wel op. In eerste instantie staat die opdrachtgever op een voetstuk. Als de studenten beseffen dat ze gelijkwaardig zijn, vragen ze de opdrachtgever de oren van zijn kop. En dat is precies wat de opdrachtgevers willen. Door de vragen van de studenten gaan zij namelijk anders kijken naar hun producten of diensten en dat geeft hen heel veel waarde.”

Wekelijks feedback
Wekelijks krijgen de studenten feedback. Dat geeft aan of ze goed op weg zijn. Vervolgens wordt er om de zeven weken een toets gehouden. “Dan weet je waar je staat”, zegt Ekstijn. “Daarnaast werken we met een beroepenveldcommissie. Daar zitten mensen in van grote bedrijven als ABN AMRO en ING. Die komen elke drie maanden langs om mee te denken over ons onderwijs.”

“Je wilt de studenten graag helpen maar ze moeten zelf vallen en weer opstaan”

Zelf vallen en opstaan
Ekstijn heeft een dubbelrol. Hij behartigt de belangen van de opdrachtgever én faciliteert het studententeam om zo veel mogelijk te leren en prettig met elkaar samen te werken. “Het moeilijkste voor mij is om gas terug te nemen. Je wilt de studenten graag helpen maar ze moeten zelf vallen en weer opstaan. De beste leerervaringen doen ze op als ze in een netelige situatie worden gedrukt en dan kijken hoe ze daar doorheen komen.”

Motivatieboost
Dat vindt eerstejaars Estelle Heuvelman een van de mooie onderdelen van deze opleiding, dat je fouten mag maken. “Want daar leer je het meest van”, zegt ze. “Wat me verder aanspreekt? Direct werken met echte opdrachtgevers. Dat geeft een enorme motivatieboost. De vrijheid spreekt me ook aan. Je kunt je eigen leerpad kiezen. En nee, je kunt niet lekker achteroverleunen: je bent juist gemotiveerd omdat je een concept moet bedenken voor de opdrachtgever.”

Studenten Estelle Heuvelman (links) en Gino Coppen (midden) bezig met hun huidige project, onder het toeziend oog van docent Jaro Ekstijn (rechts)

Geen stappenplan
Dat laatste is niet altijd even makkelijk, bekent ze. “Het is vooral lastig dat je geen stappenplan hebt. Je weet niet waar je aan toe bent of waar je moet beginnen.” Medestudent Gino Coppen is het met haar eens: “Ik ben geen man van de theorie, maar van de praktijk. Bij het project van Pathé ben je nog aan het aftasten, wat Estelle zegt. Wat wil de opdrachtgever precies? En dan maak je fouten, ja. Maar dat is ook wat me aanspreekt.”
De ontwikkelingen die de studenten doormaken tijdens een opdracht komen in een portfolio terecht. “Daarin kun je precies zien wat je verkeerd hebt gedaan, zegt Gino. “Die reflectie is een belangrijk onderdeel voor de ontwikkeling van jezelf.”

Wat leer je van je fouten?
“Vergelijk deze opleiding eens met een standaard opleiding”, zegt Estelle, “waarbij je stof moet leren en daar een toets over moet maken. Stel, je haalt een 4. Dan weet je alleen maar dat je de stof beter had moeten leren. Maar je weet niet welke fouten je nu precies hebt gemaakt. Bij CE-Innovation leer je dat juist wel. Bij een traditionele opleiding weet je dat je de volgende keer een hoger cijfer moet halen om de onvoldoende weg te werken. Bij CE-Innovation leer je van je fouten. Dat is het grote verschil.”

Alle reacties (0)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *