HAN-onderzoeker pleit voor betere werkbegeleiding van vrouwelijke statushouders

“Nederland heeft een sterke diplomacultuur”

Vrouwelijke statushouders komen moeilijker aan een baan, blijkt uit onderzoek. HAN-onderzoeker Simone Boogaarts ontwikkelde samen met andere hogescholen een handreiking aan gemeentes voor een betere werkbegeleiding voor deze vrouwen. Boogaarts pleit voor individueel maatwerk: “Ik hoop dat nuance mogelijk blijft.”

Taalobstakels

Eind januari luidde de Algemene Rekenkamer (*) de noodklok. Statushouders komen in Nederland niet aan het werk in sectoren met personeelstekorten, zoals in de zorg en het onderwijs. Onder meer taalobstakels en lange procedures spelen hierbij een rol.

Beste manier

Enkele jaren geleden constateerde HAN-onderzoeker Simone Boogaarts dat vrouwelijke statushouders tegen deze en andere problemen aanlopen in hun weg naar betaald werk. Collega-onderzoekers haalden soortgelijke ervaringen op bij professionals in meerdere gemeentes. Deze verklaringen vormden de basis voor een onderzoek naar de beste manier waarop vrouwelijke statushouders naar werk begeleid kunnen worden.

Handreiking voor gemeentes

Na twee jaar onderzoek ontwikkelde de HAN samen met Hogescholen Utrecht en Windesheim een speciale handreiking voor gemeentes. Met ervaringen, ondersteuning en tools uit de praktijk voor professionals die te maken krijgen met deze groep vrouwen.

Verschillen tussen gemeentes groot

De handreiking werd goed ontvangen, maar de onderzoekers willen de gids verder ontwikkelen naar een werkwijzer die meerdere gemeentes kunnen gebruiken. “Het doel is dat vrouwelijke statushouders vakkundig begeleid worden naar werk”, vertelt Boogaarts. “Dat je weet dat je professionele ondersteuning en begeleiding krijgt, ongeacht waar je in Nederland geplaatst wordt.” Daar schort het nu in veel gevallen aan, volgens de onderzoekers. De verschillen tussen gemeentes en professionals onderling zijn “heel groot”. En dat terwijl goede begeleiding belangrijk is.

“Op een kinderopvang kan een werknemer prima uit de voeten met B1-niveau Nederlands maar dit wordt door de werkgever niet geaccepteerd”

Te hoge eisen voor statushouders

Boogaarts, naast onderzoeker ook senior docent Social Work bij de HAN, herkent de zorgen die de Rekenkamer noemt. “Nederland heeft een sterke diplomacultuur en eist van werknemers dat ze foutloos Nederlands kunnen spreken. Op bijvoorbeeld een kinderopvang kan een werknemer prima uit de voeten met B1-niveau Nederlands (een gevorderd niveau, red.), maar dit wordt door de werkgever niet geaccepteerd.” Daar zijn vooral vrouwelijke statushouders, de groep die door Boogaarts en haar collega’s onderzocht werd, de dupe van.

Geen vaste baan

Deze vrouwen willen vaak in ‘talige’ werksectoren werken, zoals in de kinderopvang en zorgsector. Maar daar ligt ook een probleem. “Werkgevers willen deze vrouwen vaak niet in loondienst aannemen of een vaste baan aanbieden.”

HAN-onderzoeker Simone Boogaarts (foto: Marcel Krijgsman)

Discriminatie?

Boogaarts noemt het verhaal van een vrouw die als vrijwilliger bij een sociale organisatie werkte. Toen er een vacature vrijkwam voor een soortgelijke functie binnen dit bedrijf, solliciteerde ze maar werd ze niet aangenomen. De werkgever “durfde het risico niet aan”, ondanks haar verdiensten bij de organisatie.

Of voorzichtigheid?

Op de vraag of dit gezien kan worden als arbeidsdiscriminatie antwoordt Boogaarts: “Het kan ook voorzichtigheid zijn vanuit de werkgever. Hierom is het belangrijk dat professionals, die vrouwelijke statushouders begeleiden, een goede band opbouwen met werkgevers. Op die manier kan een vrouw bij een bedrijf binnenkomen op basis van een goede referentie.”

“Rechts beleid is heel erg gefocust op ‘any job’: áls iemand maar werkt”

Economische zelfstandigheid

Nu het nieuwe kabinet net beëdigd is, blijft de begeleiding van vrouwelijke statushouders “spannend”, erkent Boogaarts. Op dit moment werkt 17 procent van de vrouwelijke statushouders: de politiek wil dit aantal verhogen naar 50 procent. “Er is veel aandacht voor het begeleiden van vrouwelijke statushouders naar werk, vooral vanuit rechtse partijen. Voor het belang van de economie, maar ook de economische zelfstandigheid van vrouwen.”

Als iemand maar werkt

Deze opvatting heeft echter een keerzijde, aldus Boogaarts: “Rechts beleid is heel erg gefocust op any job: áls iemand maar werkt. Ik hoop dat nuance mogelijk blijft. Een verhoging van dit percentage is alleen mogelijk door goed en passend werk voor deze vrouwen.” Een niet passende baan betekent een hoger risico op uitval of conflicten op het werk. “Passend werk kan een startbaan als schoonmaakwerk of aan een lopende band zijn. Maar we moeten geen tweedeling creëren waarin we vrouwelijke statushouders automatisch voor laaggeschoolde banen inzetten.”

Perspectief bieden

Boogaarts vervolgt: “Als een vrouw meer kan en wil, is het belangrijk om daar perspectief voor te houden. Wie is deze vrouw en wat zijn haar mogelijkheden? Het is belangrijk om reëel te blijven, bijvoorbeeld als een vrouw een baan moet combineren met de zorg voor haar gezin of familieleden.”

Individuele begeleiding zorgt voor succesverhalen

Bovendien, merkt Boogaarts op, hadden sommige vrouwen in hun geboorteland niet de kans om te werken, maar willen ze wel. De onderzoeker beschrijft het verhaal van een vrouw die haar opleiding moest stoppen omdat er oorlog uitbrak in haar land. Het ongeschoolde werk dat ze na haar aankomst in Nederland moest doen, maakte haar ongelukkig. “De professional die haar begeleidde, zag haar doorzettingsvermogen. Ze deed een havo-examen, volgde de opleiding Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek aan de HAN en heeft nu een goede baan. Maar succesverhalen als deze zijn alleen mogelijk als vrouwen vakkundig en professioneel begeleid worden.”

Lees meer over het onderzoek van Simone Boogaarts.

(*) De Algemene Rekenkamer is een onafhankelijk Hoog College van Staat dat controleert of de Rijksoverheid belastinggeld “zinnig, zuinig en zorgvuldig” uitgeeft. Zij onderzoekt de rechtmatigheid (volgens de regels), doelmatigheid en doeltreffendheid van de inkomsten en uitgaven, en rapporteert jaarlijks aan het parlement.

Alle reacties (0)

Reageren? Hou je dan wel aan de spelregels.

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *