Een verboden dochter uit India

Asha Dijkstra presenteert haar boek over adoptie

Vier maanden geleden is Asha Dijkstra nog onderwijskundig beleidsadviseur bij de HAN. Dan volgt de overstap naar de Onderwijsinspectie in Den Haag. Maar pas op 5 november komt voor haar de échte sprong in het diepe: ze brengt een boek en daarmee haar bewogen levensverhaal in de wereld: Een verboden dochter uit India. Adoptie, terugkeer en bezinning.

Bij de boekpresentatie – in cultureel-maatschappelijk podium De Kargadoor aan de Utrechtse Oudegracht – overhandigt Asha haar boek feestelijk aan directeur-generaal Straffen en Beschermen Eric Bezem. Ook aanwezig: emeritus hoogleraar Adoptie René Hoksbergen, met wie Asha al vele jaren bevriend is.

Tranen van ontroering
Maar de voornaamste steunpilaren op deze speciale dag zijn voor Asha toch haar Nederlandse moeder Marijke, Marijkes partner Huub en Asha’s vriend Wouter. Ook zij zitten op de eerste rij, zo dicht mogelijk bij haar. Asha: “Ik kijk terug op een ontroerende, warme bijeenkomst. Er vloeiden bij iedereen tranen, behalve bij mijzelf. In de aanloop naar de presentatie had ik die blijkbaar al opgehuild, haha.”

In het vliegtuig gezet
Ze praat, zo valt op, nuchter en tegelijk volledig uit het hart over haar eigen adoptierelaas en haar net verschenen boek. Vier maanden jong is ze, als de kleine Asha wordt geadopteerd uit India. Zoals ze het in het boek beschrijft, is haar lichaam per vliegtuig van Delhi naar Amsterdam verplaatst. Maar iets van haar ziel bleef achter op het Indiase subcontinent.

Pijn en heling
Asha: “Al sinds mijn jongste jaren voelde ik de pijn dat ik ben afgestaan, dat ik niet bij mijn biologische ouders mocht opgroeien.” Adoptie heeft hoe dan ook grote impact, zegt ze. Voor alle betrokkenen, maar het meest natuurlijk voor het kind. “Helend, aan de andere kant, was hoe liefdevol mijn adoptieouders zich vanaf de eerste dag over mij ontfermden. Op mijn lange reis naar acceptatie en identiteit kon ik altijd op hun liefde en steun rekenen. Ook toen ik als tiener letterlijk op reis wilde, naar India, op zoek naar mijn wortels en familie.”

Iets van haar ziel bleef achter op het Indiase subcontinent

Twee moeders
“Ik heb twee moeders, aan wie ik dit boek mede heb opgedragen: mijn biologische moeder Asha, van wie ik de naam draag. Op een goede dag – ik was vijftien jaar – wierp mijn zoektocht naar mijn Indiase achtergrond vruchten af. Ik ontving een brief uit India, de afzender bleek mijn moeder. Onmogelijk om te verwoorden wat er toen door me heen ging.”
Niet veel later zit ze in het vliegtuig. Dit keer in omgekeerde richting, van Amsterdam naar Delhi. Om daar moeder Asha in de armen te kunnen sluiten. “Eindelijk!” Dochter Asha voegt er in één adem aan toe: “Even gelukkig ben ik met mijn adoptiemama Marijke, met wie ik al mijn hele leven een fantastische band heb. Van beide moeders houd ik innig veel.”

Mama Marijke en Asha in De Kargadoor

Mijn lieve bruine pop
Haar boek is een kleurrijk mozaïek van jeugdherinneringen, emoties en gedachtes, muziekteksten, gedichten van eigen hand, familiefoto’s, levenslessen, reflecties op adoptie en actuele wetenschappelijke inzichten. De persoonlijke anekdotes tonen geregeld hoe overweldigend het moet zijn geweest voor een piepjong meisje met Indiaas DNA om plotseling te belanden in een westerse cultuur vol witte mensen:

“Als kleuter krijg ik van mama een bruine pop met kort zwart haar. Zij heeft hier flink naar moeten zoeken, want er zijn amper bruine poppen te vinden en van een witte pop moet ik niets hebben. De pop lijkt op een Indiaas meisje. Ze lijkt op mij. Wat ben ik hier blij mee. Overal sleep ik haar mee naar toe. Er is niemand anders in mijn omgeving die op mij lijkt. Ik identificeer me met haar. Bij haar ben ik niet de enige die bruin is, niet de enige die anders is.” (p. 27)

Universeel verhaal
In Een verboden dochter uit India snijdt Asha op bijna elke pagina universele thema’s aan. Identiteit en inclusie. Verkapte of minder verkapte discriminatie – zoals ze die helaas ook aan de HAN wel heeft meegemaakt. Gendergelijkheid en de achterstandspositie van vrouwen in de Indiase samenleving. Maar de hoofdrol blijft weggelegd voor “het tweevoudig trauma” van adoptie:

“René Hoksbergen (emeritus hoogleraar adoptie) [is] ervan overtuigd dat een geadopteerde uit het buitenland twee trauma’s ervaart: ‘Het is al traumatisch om afgestaan te worden door je biologische ouders of wees te zijn. Het overbrengen naar een land aan de andere kant van de wereld bezorgt een kind een tweede trauma.’ Het is nodig dat ouders deze ‘culturele bagage’ erkennen, herkennen en verkennen.” (p. 24)

Volwaardig bestaan voor iedereen
Asha gelooft stellig dat bij alle genoemde thema’s onderwijs het verschil kan maken: “Als inhoudelijk secretaris bij de Onderwijsinspectie voor mbo en hbo denk, schrijf en adviseer ik graag mee over het onderwijsbeleid in Nederland. De rode draad voor mij is dat ieder mens het recht heeft om gezien en geliefd te worden. Ieder mens heeft recht op vrijheid en perspectief, op een volwaardig bestaan.”

Licht en hoop
Vanuit diezelfde overtuiging heeft ze in 2015 de Aara Foundation opgezet. Deze stichting biedt onderwijs en daarnaast trainingen rond gendergelijkheid aan kwetsbare Indiase kinderen en jonge meiden in sloppenwijken. Aara, van oorsprong een Hindi-meisjesnaam, betekent ‘licht’ – en Asha’s eigen naam ‘hoop’.

Alle reacties (0)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *