Martijn van Koolwijk: Steeds meer jongeren doen niet meer mee aan de ratrace

Onlangs bezocht ik Grondfest, een gratis festival vol activiteiten, lezingen, gesprekken en films rondom het thema democratie. Terugkerend gegeven in de lezingen die ik bezocht, waren burgers die afhaken. Zowel (kunsthistorica en auteur) Eva Rovers als Kristof Jacobs (politicoloog en hoofddocent RU) spraken over het aanwakkeren van meer betrokkenheid bij burgers door burgerberaden en hoe dit ervoor zorgt dat burgers zich weer meer door de politiek gehoord voelen. Josse de Voogd (geograaf en auteur) ging in op de wetenschappelijke cijfers rondom deze ‘afgehaakten’ en Marian Donner (auteur) vertelde over een specifieke groep afgehaakten.

De voorbeelden van Donner waren licht komisch en rebellerend. Zij had het over mensen die tijdens hun werk in hun auto gaan zitten om ergens een dutje te doen. Niet zozeer uit moeheid, maar als verzet tegen een systeem dat hen continu vraagt harder, beter, sneller en sterker te handelen. Een ander voorbeeld van verzet dat zij noemde, was dat van mensen die enkel het minimale doen van wat er van hen gevraagd wordt. Geen zesjescultuur, maar een 5,5-cultuur.

In De Volkskrant, die een dag na mijn bezoek aan Grondfest verscheen, kregen de Hikikomori aandacht. Hikikomori zijn mensen – vaak jongeren – die besluiten niet meer mee te doen in de maatschappij. Het systeem waar de rebellen van Donner zich tegen verzetten, is hetzelfde systeem dat deze Hikikomori vermaalt. De benaming komt van oorsprong uit Japan, maar ook in Nederland en Frankrijk neemt het aantal jongeren dat afhaakt sinds de uitbraak van corona explosief toe. Twintigers die maanden dan wel jaren weigeren hun kamer of huis te verlaten. De dagen achter een scherm en in bed slijtend. Een Japanse onderzoeker doet al sinds de jaren 90 onderzoek naar de ruim half miljoen Hikikomori in zijn land. Volgens hem gaat het om mensen – vaak mannen – die weigeren aan het volwassen leven mee te doen, niet mee willen in de ratrace van banen en huizen.

Een artikel in De Groene Amsterdammer van diezelfde week leek over een groep jongeren te gaan die haaks tegenover de teruggetrokkenen staan. Jongeren – wederom vaak mannen – die via crowdfunding investeren in woningen. Net zoals de aanhangers van de FIRE-beweging (Financial Independence Retire Early) gaat het hier om mensen tussen de 18 en 25 jaar die zo snel mogelijk veel geld willen vergaren, zodat zij voor hun dertigste kunnen rentenieren. Waar de afgehaakten van Donner en De Volkskrant besloten het spel in ons neoliberale aandeelhouderskapitalisme niet meer mee te spelen, zijn de gasten uit De Groene en FIRE erop uit om het spel zo snel mogelijk uit te spelen. Beide kanten van eenzelfde munt. Niet hun hele leven willen werken voor de belofte op een gelukkig dan wel succesvol leven. Waar de ene kant helemaal niet meer gelooft dat ‘het systeem’ hen dat kan bieden, denkt de andere kant het af te kunnen dwingen zolang ze maar genoeg geld hebben.

Slim, zullen sommige mensen nu denken. Beter speel je het spel uit en word je rijk in plaats van als een loser op bed te gaan liggen of in je auto te slapen. Zo luidden ook sommige reacties op de lezing van Donner. Een veelgehoorde reactie was dat je juist hard moet werken om het systeem waar je tegen bent te kunnen veranderen, maar dat ging voorbij aan Donners punt. Wie niet eerst uit een systeem stapt, kan enkel een oplossing verzinnen die binnen het bestaan van dat systeem functioneert. Een systeem dat de FIRE/Vastgoedjongens als winnaars ziet, terwijl zij met hun gewin financieel slachtoffers maken, soms dichtbij (via de crowdfundings en het opvoeren van prijzen op de huizenmarkt) soms ver weg (via beleggingen in dubieuze aandelen en crypto). Niet meer mee kunnen of willen doen, zien we al snel als iets voor losers, terwijl het aantal burn-outs in Nederland nog steeds toeneemt.

In het boekje Waarom schurken pech hebben en helden geluk wijdt jurist en filosoof Jurriën Hamer gedachten aan onze cultuur en het systeem waarin wij opgroeien. Een blind geloof in vrije wil maakt dat wij snel een moreel oordeel vellen over het gedrag van anderen, zonder te kijken naar het systeem dat deze keuze voortduwt. Hamer pleit dan ook voor de term ‘reflectieve vrije wil’. We handelen vrij binnen (on)bewuste kaders. Om hier goed over te kunnen oordelen, moet je reflecteren. Achterover leunen en de dingen in alle rust vanaf een afstandje bekijken, desnoods vanuit je bed of auto.

En vanuit die positie denk ik dat we een maatschappelijk probleem hebben met jongeren die, destructief voor zichzelf of anderen, niet meer mee willen doen. De eerste stap om deze mensen binnenboord te krijgen en te houden is om ze niet op te hemelen of te veroordelen, maar als gelijke symptomen van eenzelfde probleem te zien.

Voormalig HAN-student Martijn van Koolwijk werkt in de geestelijke gezondheidszorg. Hij schrijft om de week voor SAM. Lees zijn vorige column hier.

Alle reacties (0)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *