Martijn van Koolwijk: Liever dood dan de auto verkopen

Gert komt de inloop binnen. Mijn collega en ik kijken op. We zien hem hier niet vaak. Koffie halen om thuis op te drinken, meer niet. Deze keer heeft hij een vraag.
‘Zou iemand met een auto even shag met mij willen halen?’
De regen komt met bakken uit de lucht. De dichtsbijzijnde supermarkt is op zeven minuten fietsen. Met de auto? Vijf minuten. We weigeren. Tot grote irritatie van de man die tot voor kort buiten sliep, jarenlang in weer en wind.

Ik heb een haat-liefdeverhouding met de auto. Niet zozeer met mijn eigen auto. Dat is – op het piepen als een nestje Franse bulldogs met ademhalingsproblemen bij het achteruitrijden na – een prima ding. Nee, het schuurt tussen mij en de auto in het algemeen.

Toen ik bij mijn huidige werkgever solliciteerde, verbaasde ik me over het verplichte Rijbewijs B in alle vacatures. Zelf had ik mijn rijbewijs niet en er werd – misschien met het idee dat iedereen het heeft? – nooit naar gevraagd. Terecht, want het werk waarvoor ik Nijmegen-Zuid en -West moest doorkruisen, was even snel, zo niet sneller, op de fiets dan per auto te doen.

Als maatschappij zijn we verslaafd aan dat ding en we hebben het niet door. Het geeft een gevoel van vrijheid, maar zorgt er ook voor dat andere dingen minder functioneren. Geld voor asfalt betekent geen geld voor het openbaar vervoer. Toen vorig jaar de benzineprijzen de pan uit rezen, was Nederland een van de weinige landen die enkel de benzine en niet ook de OV-prijzen compenseerde. Meer asfalt leidt niet tot snellere reistijden, maar tot mensen die verder uit elkaar en verder van hun werk gaan wonen, waardoor hun reistijd hetzelfde blijft. Voorzieningen uit dorpen verdwijnen omdat iedereen met de auto naar het grotere naastgelegen dorp gaat. Ondertussen slippen onze steden en wegen dicht met al dan niet vrijwillig stilstaande auto’s. Journalist Thalia Verkade schreef samen met planoloog Marco te Brömmelstroet een aantal jaar geleden al een mooi boek over deze efficiënte illusie: Het recht van de snelste. Een aanrader voor wie het nog niet gelezen heeft.

Het heeft iets intens treurigs wanneer ik ‘s ochtends met de fiets naar mijn werk ga en de complete Nijmeegse Groenestraat/Muntweg uitlaatgassen inadem van gefrustreerde, alleen in hun auto zittende, stilstaande automobilisten. Het doet denken aan een meme over twee ijsberen, die op het eerste plaatje afspreken ‘mens’ te gaan spelen. Op plaatje twee hangt er eentje uit het raam van een huis. ‘Ik heb zoveel depressies,’ zegt de een.
De ander, die net het huis verlaat: ‘Ik moet naar het werk rijden, enkel om geld te verdienen zodat ik weer benzine kan kopen om morgen weer naar het werk te kunnen rijden. lol.’

Als extreem voorbeeld van de autoverslaving moet ik altijd denken aan een vrouw van een jaar of vijftig die ik tijdens mijn stage in een ggz-kliniek ontmoet heb. De vrouw had last van een depressie, veroorzaakt door haar schulden. Na een suïcidepoging was zij in de kliniek terechtgekomen. Mijn stagebegeleider en ik maakten een plan om de schulden aan te pakken, maar om voor professionele schuldhulpverlening in aanmerking te komen, moest zij haar veel te dure auto inruilen voor een goedkoper exemplaar. De vrouw ging niet akkoord. Dit was zodanig een symbool van haar oude, rijkere ik, dat ze nog liever zelfmoord pleegde dan de auto te verkopen.

Het is dan ook van groot belang de mensen die wij ondersteunen niet zomaar altijd aan een auto te laten wennen. We doen alsof het voertuig iets vanzelfsprekends is, maar dat is het niet. En al helemaal niet voor afspraken op locaties binnen een stad, die perfect op andere manieren te bereiken zijn.

Denk je aan zelfmoord of maak je je zorgen om iemand? Praten over zelfmoord helpt en kan anoniem via de chat op www.113.nl of telefonisch op 113 of 0800-0113.

Afgestudeerd HAN-student Martijn van Koolwijk werkt alweer aardig wat jaren in de ggz. Hij schrijft om de week een column voor SAM. Dat doet hij al jaren. Helaas moet hij ermee stoppen. Geniet daarom nog even van zijn laatste paar hersenspinsels. Na deze volgen er nog twee. Wie meer van hem wil lezen, kan op deze link klikken. Die brengt je naar zijn vorige column.

Alle reacties (0)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *